20 vragen aan Merho
F: Waar haal je de inspiratie vandaan?
M: Televisie, film, kranten, tijdschriften, boeken... In alles wat ik lees of bekijk, zoek ik of er geen idee voor een verhaal inzit. Door de jaren heen ontwikkel je daarvoor een zesde zintuig en pik je automatisch dingen op die bruikbaar zijn. Als ik een leuk basisidee heb, leg ik een map aan. Artikels, invallen, grappen, situaties, kortom alles wat bruikbaar is, gaat in de map. Tot ik genoeg materiaal heb, of gewoon zin om er iets mee te doen.. Dan begint het gepuzzel tot er een bruikbaar verhaal uit tevoorschijn komt. Ook als er me een leuke naam te binnen schiet, wordt die toegevoegd aan de map "namen".
F: Hoe komt een strip tot stand?
M: Als het idee voor het verhaal er eenmaal is, schrijf ik het uit in een zestal velletjes. De zogenaamde synopsis. Daarmee weet ik hoe het verhaal begint, hoe het ongeveer zal verder lopen en hoe het eindigt. Eens per week schrijf ik de dialogen uit en maak tegelijk een bladindeling.
Daarna wordt pagina per pagina de compositie aangeschetst. Daarvoor gebruik ik allerlei documentatie. Foto's voor de decors en de kledij, schaalmodellen voor auto's, want alles moet nauwkeurig juist zijn. De ruwe schetsen geef ik door aan een medewerker, die alles netjes uittekent. Vervolgens gaat een inkter met een Chinese inkt en fijn pennetje over de potloodlijnen. Het tekenen gebeurt ongeveer eens zo groot als de afdruk in het album. Tegenwoordig heb ik een medewerker die de tekenstijl zo beheerst, dat hij alles zelf van het wit blad kan tekenen.
Eens de geïnkte pagina klaar is, wordt ze gescand en op de computer met Photoshop ingekleurd. Het hele verhaal wordt op een cd-rom geschreven en gaat zo naar de uitgever. Die zorgt ervoor dat het album gedrukt wordt en in de winkel terecht komt.

F: Hoelang werk je aan een album?
M: De verhalen lopen eerst in afleveringen van halve pagina's de krant. Dat duurt drie en een halve maand per verhaal. Dus dat wil zeggen dat we drie en een halve maand tijd hebben voor een nieuw album.
F: Heb je medewerkers?
M: Drie tekenaars en twee inkleursters. Peter Koeken inkt al sedert 1986 de tekeningen. Kristof Fagard en Thomas Du Caju werken mijn potloodschetsen uit. Het is de bedoeling dat zij mettertijd het volledige tekenwerk zullen doen, zodat ik me uitsluitend met de verhalen kan bezig houden. Mijn vrouw Ria verzorgt de inkleuring. Mijn dochter Ine houdt zich bezig met de digitale inkleuring van de oude verhalen.
F: Zijn de personages gebaseerd op echte mensen?
M: Ik zeg altijd dat ze gebaseerd zijn op echte mensen die niet bestaan. Daarmee bedoel ik, dat ik trekjes overneem van mensen die ik ken zonder van die persoon een herkenbare karikatuur te maken. Meestal stop ik er karaktereigenschappen van verschillende mensen in. Zo is Moemoe gebaseerd op mijn moeder, een tante en de grootmoeder van mijn vrouw.









