Blog
2010-06-22 - Een monument
Als het zomers weer is en ik fiets door iets residentiëlere wijken, hoor ik de mensen plonsen in hun zwembaden. Niet dat iedereen tegenwoordig een zwembad heeft, maar het is al lang niet meer zo exclusief als in mijn jeugd. Onwillekeurig moet ik dan denken aan Marc Sleen.
De oudere broer van mijn vader heette ome Hein, een zakenman aan wie je nog duidelijk zijn Hollandse roots zag. Hij was schatrijk geworden met distributie van Italiaanse schoenen. Zijn hoofdkantoor was in Brussel en met zijn tweede vrouw woonde hij in het prachtige Groenendaal, een deelgemeente van Hoeilaart aan de rand van het Zoniënwoud. Als kind ging ik er vaak op vakantie. Logeren in zo’n luxueuze villa stond in fel contrast met het dagelijkse leven van ons schamel gezinnetje.
Vlak in zijn buurt resideerde Marc Sleen, de geestelijke vader van de toen erg populaire Nero. Sleen kwam wekelijks op televisie, waar hij sprak over zijn safari’s in Kenia en zat daarnaast in allerhande spelprogramma’s. Hij was al BV voor het woord bestond. Zelf droomde ik ervan om ooit striptekenaar te worden en had graag een handtekening van dit icoon. Ontelbare malen zwierf ik rond zijn huis, maar aanbellen durfde ik niet. Tot mijn tante een ultimatum stelde. Als je straks niet thuiskomt met een handtekening in je Nero-album, mag je niet meer binnen. Omdat het idee van buiten slapen me niet zo aansprak, verzamelde ik al mijn moed en met trillende vinger belde ik aan.
Sleen deed open gekleed in zwembroek met daarover een licht zomerhemdje. Aan de rand van zijn zwembad schreef hij aan een nieuw verhaal. Een zwembad! Stel je voor! Het leek wel Hollywood! Het was 1961, wij waren net van de Seefhoek verhuisd naar Merksem en kenden voor het eerst de luxe van een douche. Wat men in die tijd ‘een stortbad’ noemde. Kort daarvoor wasten wij ons zaterdags nog in een zinken teil die midden in de keuken stond. En Sleen had een eigen zwembad. Dat kon je dus bij mekaar verdienen met het tekenen van grappige mannetjes. Mijn besluit stond vast. Ik zou ook striptekenaar worden. Een beetje kromme redenering, want ik heb nog steeds geen zwembad.
Jaren later, via het Stripgilde, ontmoette ik Sleen vaker. De eerste contacten verliepen schoorvoetend. Ik stond tenslotte tegenover een van mijn jeugdhelden. Hij van zijn kant koesterde enige argwaan, want ik had gewerkt voor zijn grote concurrent Willy Vandersteen. Het heeft hem altijd gefrustreerd dat de vader van Suske en Wiske meer verkocht dan hij. Ik leerde Sleen kennen als een heel extrovert man met een behoorlijk groot ego. ‘Le Fernandel de la bande dessinée’ noemde François Walthéry hem ooit. Met camera’s in de buurt speelt hij de rol van Marc Sleen. Maar als je achter die façade kan kijken, ontdek je een heel gevoelig mens met een hart van koekebrood. Een groot hart ook voor dieren. Een wandelende encyclopedie die elke vogel bij zijn Latijnse naam kent en die je meteen het paringsgedrag uitlegt van zowel de witte roepi roepi als van de polifinario. Als je met hem over natuur en milieu praat, zegt hij wijze dingen en ontdek je de echte Marc Sleen. Toen hij 80 werd, stopte hij noodgedwongen met Nero. Dat heeft Marc pijn gedaan en het koste hem een hele tijd om zijn evenwicht terug te vinden.
Ooit las ik een verhaal over de oudere Charles M. Schulz. Samen met Lynn Johnston, een vrouwelijke collega, liep hij door een boekhandel in San Francisco. Bij de afdeling ‘Humor’ vond hij maar 1 exemplaar van The Peanuts. ‘Ik ben afgeschreven’ zuchtte Schulz. Lynn Johnston replikeerde dat hij met zijn unieke creatie generaties lezers wist te boeien en jongeren stimuleerde om zelf stripmaker te worden. ‘Of er nu veel of weinig albums van je in de winkelrekken staan, maakt niets meer uit. Je bent voor altijd een monument.’ Vervang Schulz en Peanuts door Sleen en Nero, het verhaal blijft hetzelfde.
2 reacties
yvan
23/06/2010 13:21:18
hmm ga ik nog lezen.










Nico
29/06/2010 16:46:41
Altijd leuk om die oude albums van Nero , Piet Fluwijn en Bolleke,Oktaaf Keunink en de kapoentjes , te lezen.
Het is ook een beetje tijdreizen...stripfiguren die naar zo'n oude radio luisteren,die auto's,de rolmodellen...
Sleen is zeker een monument.
Wie nu de "beste tekenaar " zou zijn,is eigenlijk totaal van geen belang.
Hij is geslaagd in zijn opzet en heeft heel veel mensen vele boeiende uren bezorgd.
Ik denk dat dat de essentie van zijn vak is.