Blog
2009-11-18 - Sparky voor de vrienden
Deze week ontving ik een pakje met de twee recentste delen van The Complete Peanuts. De jaren 1971-72 en 1973-74. Ik kon niet wachten en begon er meteen in te lezen.
Franquin benijd ik voor zijn virtuoos tekentalent, Hergé voor zijn inzicht en Goscinny voor zijn humor. Alle drie mensen die een grote invloed op me hadden. Maar bij hen had ik nooit het gevoel dat ik eigenlijk hun reeks had willen maken. Ik wilde gewoon mijn eigen ding doen.
Als ik van één strip de auteur had willen zijn, en niet alleen voor het vele geld dat hij ermee verdiende,
dan is het wel The Peanuts van Charles M. Schulz. Jarenlang heb ik me trouwens afgevraagd waarvoor die M staat. Toen Marcel Kiekeboe in ‘Afgelast wegens ziekte’ over zijn eigen begrafenis droomt, bevinden Charlie Brown en Snoopy zich onder de aanwezigen. Zij zijn echt onsterfelijk.
The Peanuts leerde ik zowat 40 jaar geleden kennen in Humo. Liefde op het eerste gezicht. Schulz was een observator, een filosoof, psycholoog en vooral een man met heel veel humor. De vondst zit erin dat zijn personages eigenlijk volwassenen zijn in een kinderlichaam. Met dezelfde trauma’s, conflicten en onvervulde wensen. Het is inhoudelijk zo sterk dat de monotone tekenstijl nooit stoort. Snoopy op zijn hondenhok behoort tot de icoonbeelden uit de 20e eeuw. Net zoals De Schreeuw van Munch, Guernica van Picasso en Nighthawks van Hopper.
Begin vorig jaar las ik ‘Schulz and Peanuts’, één van de allerbeste stripbiografieën ooit. Meteen zag ik de parallellen met mijn andere idool: Hergé. Ze hadden allebei iets grijs en kwamen allebei uit een kleinburgerlijk milieu. Hergé’s vader was kleermaker en het gezin woonde in de Brusselse gemeente Etterbeek. Niet meteen het centrum van de wereld. Hetzelfde geldt voor Schulz. Zijn vader had een kapperszaak te Saint Paul in Minnesota. Hergé verlegde de bakens van de Europese strip, hetzelfde deed Schulz voor de Amerikaanse stopcomic. Allebei hadden een ongelukkig eerste huwelijk. Allebei vonden ze uiteindelijk toch het ware geluk in een tweede huwelijk. Beider oeuvre heeft iets tijdloos en universeel, terwijl ze hun inspiratie gewoon putten uit banale dingen uit hun dagelijks leven. In de biografie van Schulz wordt dit heel mooi geïllustreerd met passende afleveringen uit de strip. Zo had de man begin jaren ’70 een buitenechtelijke relatie. The Peanuts zit in die tijd vol met verwijzingen en geheime boodschappen. Fascinerend.
Schulz wist ook zeer zinnige dingen te vertellen over zijn vak. Ooit stelde hij dat de media altijd op een pejoratieve manier verwijzen naar strips. En inderdaad, als men in theater- of filmrecenties parallellen trekt met strips, heeft het altijd iets denigrerends. ‘De acteurs bewegen zich houterig, als waren het stripfiguren. De decors hebben iets van bordkartonnen plaatjes uit een strip. De dialogen doen denken aan tekstballonnen zoals je ze vindt in strips.’ Terwijl nu net Schulz briljante dialogen schreef. In onze kranten vind je precies dezelfde commentaren. Ik heb dergelijke passages een tijdje uitgeknipt en bijgehouden. Maar ik ben ermee gestopt, omdat ik er moedeloos van werd.
Van The Peanuts bestaan honderden verzamelbundels in evenveel talen. De merchandisingmachine is gigantisch. Mooi meegenomen, maar daar draaide het volgens Schulz niet om. De strip stond bij hem steeds centraal. Die heeft hij dan ook tot zijn laatste snik zelf blijven tekenen. Zijn commentaar hierop was: ‘Ik ben niet met een strip begonnen, om hem door een ander te laten maken. Ik ben Disney niet. Dat is een producer, ik ben cartoonist.’ Hij stierf op 13 februari 2000. Het duurde echter tot 2004 voor er werk werd gemaakt van een complete en chronologische oeuvre-uitgave. Dank u wel uitgeverij Fantagraphics! Het worden 25 delen die verschijnen à rato van 2 per jaar. Eindelijk kan je het ontstaan en de evolutie van Schulz’s unieke universum op de voet volgen. En zowel de grappen, de opbouw van zijn herhalingen, als zijn kijk op de maatschappij blijven na 50 jaar wonderwel overeind.
Schulz, Sparky voor de vrienden, is er schatrijk mee geworden. Ooit vierde hij oudejaarsavond met een collega. Om 4 uur ’s morgens zei deze: ‘Sparky, jij hebt dit jaar al meer verdiend, dan wat ik de volgende twaalf maanden ga vangen.’ Hij woonde dan ook op een groot domein met een kast van een villa, duur ingericht door zijn eerste vrouw. Compleet met tennisbanen, paardenstallen en zwembaden. Hij had een privé vliegtuig, met zijn zoon als piloot, terwijl hij eigenlijk helemaal niet van reizen hield. Het enige wat hem echt interesseerde, was een klein kamertje met een tekentafel. Bij leven stond hij jaarlijks in de top 10 van rijkste Amerikaanse showbiz figuren. En tot op vandaag behoort Charles M. Schulz, met een jaaromzet van 35 miljoen dollar, nog steeds tot de 10 best verdienende overleden celebrities. Zijn erfgenamen varen er wel bij. Maar het belangrijkste is dat zijn werk de tijd overleeft. Als je dat als auteur overkomt, dan lig je toch stiekem te gniffelen in je kist.
O, ja. De M in Charles M. Schulz staat voor Monroe, een oom die in de kapperszaak van zijn vader werkte. Zo simpel is het.
2 reacties
Hec
20/11/2009 10:17:53
Ik ga nu eindelijk die Schultz-biografie eens bestellen!!
Hec










Hec
20/11/2009 10:18:37
Maar dan Schulz zonder T.