Blog

Terug

2009-08-05 - Expeditie Willems, een nostalgische terugblik.

Binnenkort begin ik aan mijn 125e album. Het idee spookt al een hele tijd door mijn hoofd. De periode van invallen, grapjes en plotlijntjes verzamelen. De fijnste tijd in het onstaansproces. Je kan nog ongegeneerd alle kanten uit. Momenteel zit ik in de volgende fase. Het in mekaar passen van de puzzelstukjes. Met hopelijk een leuk verhaal als resultaat. Een steeds weerkerend onderdeel is het zoeken naar gepaste locaties.

Zo plan ik een scène in een bedrijf dat oud papier verwerkt. En daarbij moest ik onwillekeurig terugdenken aan Willems. Alhoewel er helemaal geen Willems aan te pas komt. Maar al mijn oud-collega’s van Studio Vandersteen, weten precies wat ik bedoel. Ik verklaar me nader.

Het was begin jaren zeventig. Ik zette mijn eerste schuchtere stappen in het vak, als medewerker van Willy Vandersteen. De studio, annex villa van de patron, thans het Suske en Wiske museum, was gevestigd in Kalmthout. In de buurt stond een bedrijf dat oud papier verwerkte. Het droeg de naam van de eigenaar: Jozef Michel. Mijn vriend en collega Karel Biddeloo kende die man. Volgens Karel leek hij op een kennis van hem, een zekere Willems. En zoals Karel iedereen bijnamen gaf, moest ook meneer Michel er aan geloven. Hij werd omgedoopt tot Willems. En dat is hij voor ons altijd gebleven. Een Antwerpse zakenman van de oude stempel. Een selfmade man die met hard werken een eigen bedrijfje uit de grond had gestampt. Dat bestond uit een grote hangar vol bergen oud papier, met daarnaast een rommelig kantoortje van waaruit hij de zaak runde. 

Tijdens de middagpauze mochten we bij Willems in het oud papier komen snuisteren. Googelen op afbeeldingen moest nog worden uitgevonden. Dus leverden de oude tijdschriften een schat aan documentatie. Ik denk dat er zelfs nu nog knipsels uit die tijd in mijn archief zitten. Deze uitstapjes noemde Karel onveranderlijk: op exepeditie gaan naar Willems. Hij bedacht ook waanzinnige verhalen rond onze schattenjacht. Met veel James Bondachtige toestanden. Karels’ ongebreidelde fantasie kende geen grenzen. Zijn bedenksels werden in scène gezet en moesten voor het nageslacht gefotografeerd worden. Met ons collega’s als figuranten. Tegenspraak werd niet geduld, meespelen zou je. Zo bezit ik nu nog foto’s waarop ik samen met Edouard De Rop en Hilde Costermans heroïsche gevechten lever tussen balen oud papier. Ik herinner het me nog of het gisteren was. Zowel Karel als Edouard zijn ondertussen overleden. Op de foto’s ben ik de jongeman met de baard. En het mooie leuke meisje is ondertussen, net als ik, een prille zestiger.

De firma Jozef Michel bestaat nog altijd. En onlangs belde ik met het verzoek om wat foto’s te maken voor mijn strip. Geen enkel probleem. Het kleine bedrijfje van toen is ondertussen uitgegroeid tot een fikse KMO. Een terrein vol vrachtwagens met de ene hangar naast de andere. Geen rommelig kantoortje meer, maar fraaie burelen met een receptie waar ik mij aanmeldde. Ik werd rondgeleid door Philippe Michel, de kleinzoon van de stichter. Met veel warmte vertelde hij over zijn bompa, ondertussen ook al heel wat jaartjes overleden. Dit keer niet meer lukraak graaien in de stapels oud papier. Voor de rondleiding moest ik een fluoricerend vestje aan. Niet onverstandig tussen al dat bedrijvig gedoe van vorkhefliften en knikladers. Ik had een paar foto’s uit onze Willemstijd meegenomen. De vader van Philippe belde me enkele dagen later op. Hij kon zich de invasies van Karel en zijn gevolg nog met veel plezier herinneren.

Wat kan nostalgie toch leuk zijn. Als we veel geluk hadden, vonden we tussen al dat papier wel eens een achteloos weggesmeten zeldzame oude strip. Meer wil ik er niet over verklappen, maar dit feit bracht me op het idee voor een scène bij Willems. Want voor mij blijft het Willems. Forever.     

2 reacties

Danny

09/09/2009 20:32:32

leuk verhaal.
ik werk al 16 jaar met afzetctr's en ben nu ongeveer2.5 jaar in dienst
als chauffeur op een "knikwagen" zoals jij dat grappig zegt

grt Danny uit ESSEN

Otto

05/08/2009 23:44:04

Leuk verhaal, Mehro.
Zo’n bijnaam brengt bij mij ook nostalgische herinneringen boven. Zo noemde wij onze chef vroeger graspol. Hij had een kaal hoofd maar vanuit de onderste rand had hij zijn haren lang genoeg laten groeien om er een soort drol van te draaien die dan op zijn hoofd lag. Stevig vast gezet met grote hoeveelheden brylcreem. Bij heftige wind ging de natuur echter zijn gang en leek zij haardos op een wuivende graspol.
Op een dag kwam er een jonge dame op de afdeling die vroeg naar de heer Rovers waarop een collega naar het kantoor wees en melde dat graspol daar zat.
Het meisje liep naar het kantoor waarop we haar nog hoorde zeggen; “hallo pa”.
Gek he, die collega heeft niet meer lang op onze afdeling gewerkt. Gelukkig kamt Marcel Kiekeboe zijn haren niet over zijn gladde bol.

Reageer op dit artikel

Gelieve dit invulveld leeg te laten. 

Terug

Blijf op de hoogte van de nieuwe albums en leuke weetjes van de Kiekeboes.

Klik hier

Dagstrip

Hier kan je de voorpublicatie van het nieuwe de Kiekeboes-album 126 Tienduizend dagen lezen!