Blog

Terug

2009-09-30 - Hergé

Eindelijk ben ik in het gloednieuwe Hergé Museum geraakt. Architectonisch heel mooi en een prachtig eerbetoon. Alleen jammer van de locatie. Het afgelegen Louvain-la-Neuve. Dit museum had in Brussel moeten staan. Het Brussel van Hergé. Naast dat van die andere grote Belg: René Margritte.

Het oorspronkelijke concept voor het Wauquezhuis, het latere Belgisch Stripcentrum, was een Hergé museum. De man leefde toen nog en vond dit teveel eer voor zijn persoon. Hij stelde voor het open te trekken naar het hele Belgische beeldverhaal. Wat dan ook gebeurde. Nu, ruim 25 jaar na zijn dood, heeft deze stripreus dan toch zijn eigen museum. Zeer terecht.

Voor mij is het altijd een feest om oog in oog te staan met de originelen van Hergé. De echte, materiële tekeningen van de verhalen die als kind zo’n grote indruk op me maakten. Het geeft me telkens weer een kick. Daarnaast zijn ze ook uit professioneel oogpunt zeer leerzaam. Dat merkte ik jaren geleden al bij de tentoonstelling ‘Hergé dessinateur’ in Elsene. De manier waarop hij met veel knip- en plakwerk plaatjes  hermonteerde. Hoe er dingen werden bijgetekend. Details die hij retoucheerde met witte gouache. Work in progress. Op de vooroorlogse platen zitten nog koffievlekken en sporen van sigarettenas. Gevolg van het vele nachtelijke werk. Bij Vandersteen zag je net hetzelfde.

De originelen waren voor Hergé in de eerste plaats werktekeningen en geen gladde objecten om ingekaderd aan de muur te hangen. Dat in tegenstelling tot bijvoorbeeld het werk van Eddy Ryssack. Ik leerde Eddy kennen als voorzitter van het Stripgilde. Hij was maniakaal bezig met zijn tekentechniek. Zo verdunde hij zijn inkt niet met gewoon water, maar met gedistilleerd water. Retouches met witte gouache waren taboe. Elk foutje werd minitieus weggekrabd met een scheermesje, waarna het papier opnieuw werd gepolijst. Een zwart vlak moest egaal zwart zijn, zonder het minste wolkje. Niet van dat alles bij Hergé. De tekening was op de eerste plaats een middel om zijn verhaal te vertellen.

Een paar jaar geleden was er een interessante Hergé expo in het Centre Pompidou. Een mooi alibi voor een weekendje Parijs. Nu heb ik heel veel over de man gelezen, dus ik weet er wel iets van. Ik wees mijn vrouw op pittige details en grappige anekdotes rond het getoonde. Een Vlaamse familie volgde geïnteresseerd in ons kielzog. Er waren blijkbaar nog meer Vlamingen aanwezig, want er liepen er steeds meer achter me aan. Op den duur had het iets van een rondleiding. Grappig.

Onlangs verscheen er een Knack Special over Hergé. Hierin mocht ik ook een stukje plegen. Daarin heb ik het over mijn eerste kennismaking met zijn werk. En wat dat bij mij deed. Zonder hem was er misschien nooit zoiets geweest als het Europees beeldverhaal. Het had er alleszins helemaal anders uitgezien.

1 reactie

Tom

30/09/2009 20:06:24

Dit verhaal over de originelen doet mij denken aan het verhaal van Seth Gaaikema die het script voor de musical schreef. Hij miste aanvankelijk de emotie: Wanneer ze in musicals niet meer kunnen lopen dan gaan ze dansen, als ze niet meer kunnen praten dan gaan ze zingen. Die emotie vond hij echter niet in de gladde lijnen van Hergé. Het was pas toen hij de originelen zag, dat hij de emotie zag. Elke tekening barste van de emotie en zo kreeg de musical zijn vorm.

Reageer op dit artikel

Please leave this field empty. 

Terug

Dagstrip

Hier kan je de voorpublicatie van het nieuwe De Kiekeboes-album 133 Een dagje Dédé lezen!